WIE IS VERENIGING ATTENT
De rijschoolvereniging ATTENT is opgericht op 24 februari 1984. Het doel van de vereniging is om de belangen van de aangesloten rijscholen te behartigen, de juiste uitoefening van de werkzaamheden te bevorderen. . De vereniging heeft ondermeer als taak om als volwaardig gesprekspartner van het CBR te fungeren.
CONTACTGEGEVENS
Tel: +31 (0) 182 370675
e-mail: info@verenigingattent.nl
adres: Dorpsstraat 14
postcode: 2841BJ Moodrecht

Huishoudelijk Reglement

Art. 1. Het huishoudelijk reglement van de rijschoolvereniging "ATTENT" hierna te noemen "de vereniging" is vastgesteld ter voldoening aan het bepaalde in artikel 9 der statuten.

Art. 2. Aanmelding voor het lidmaatschap.

a. Een lader die lid wenst te worden Van de vereniging, dient hiertoe gebruik te maken van een aanmeldingsformulier, dat door of namens de secretaris van de vereniging ter beschikking wordt gesteld.

Hat volledig ingevulde en ondertekende aanmeldingsformulier wordt gelijktijdig met de vereiste bijlagen, bij het verenigingssecretariaat ingediend.

b. Het aanmeldingsformulier dient vergezeld te gaan van een duidelijke fotokopie van binnen en buitenzijde van het op naam van de aanmelder gestelde instructeurbewijs of blijvende ontheffing alsmede twee goed gelijkende pasfoto's van recente datum. In geval de aanmelding een onderneming of een zelfstandig optredende, niet in loondienst zijnde rijinstructeur betreft, dient tevens het nummer van de inschrijving in het handelsregister van de kamer van koophandel en fabrieken te worden op gegeven.

c. Behoudens afwijzing door het bestuur, wordt de aanmelder binnen veertien dagen na ontvangst van de deelnemingssom en de verschuldigde contributie, een op zijn naam gesteld, doch eigendom van de vereniging blijvend deelnemingsbewijs (bewijs van lidmaatschap) toegezonden alsmede, voorzover niet reeds eerder toegezonden, een exemplaar van de statuten, het huishoudelijk reglement en van alle, ten tijde van de aanmelding van kracht zijnde reglementen.

Art. 3. Toelating.

8. Onvolledig ingevulde en/of niet ondertekende aanmeldingsformulieren komen, evenals aanmeldingsformulieren waarbij de vereiste bijlagen ontbreken, niet voor behandeling in aanmerking en worden geretourneerd.

b. Indien niet aan de krachtens artikelen 2 en 3 der statuten te stellen eisen betreffende beroepsmatigheid wordt voldaan, wordt de aanmelding geweigerd, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 der statuten.

c. In geval van twijfel aan de juistheid van de op het aanmeldingsformulier ingevulde gegevens, is het bestuur gerechtigd een nader onderzoek in te stellen, waarbij de aanmelder zich verplicht aan dit onderzoek alle medewerking te verlenen.

Art. 4. Het lidmaatschap der vereniging is niet overdraagbaar; in geval meerdere personen in of voor een onderneming werkzaam zijn, zal het lidmaatschap uit¬sluitend betrekking hebben op de aanmelder.

Art. 5. Leden.

Ter nadere aanduiding worden de in artikel 3 der statuten genoemde leden als volgt gesplitst:

A-Ieden: Natuurlijke- en rechtspersonen, welke gedurende een periode van tenminste drie aaneengesloten jaren, voorafgaande aan de datum van aanmelding voor het lidmaatschap, als zelfstandig ondernemer, beroepsmatig en daadwerkelijk rijonderricht in de zin van het bepaalde in de Wet Rijonderricht Motorrijtuigen hebben verzorgd;

B-Ieden: Natuurlijke- en rechtspersonen, welke gedurende een periode korter dan drie aaneengesloten jaren, voorafgaande aan de datum van aanmelding van het lidmaatschap, als zelfstandig ondernemer, beroepsmatig en daadwerkelijk rijonderricht in de zin van het bepaalde in de Wet Rijonderricht Motorrijtuigen hebben verzorgd;

C-leden: Natuurlijke personen, die beroepsmatig en daadwerkelijk, doch niet als zelfstandig ondernemer rijonderricht verzorgen in de zin van het bepaalde in de Wet Rijonderricht Motorrijtuigen;

B-leden worden na een jaar lidmaatschap automatisch A-lid;

C-leden kunnen slechts B-lid worden indien zij als zelfstandig ondernemer, beroepsmatig en daadwerkelijk rijonderricht verzorgen in de zin van het bepaalde in de Wet Rijonderricht Motorrijtuigen.

Voor zover voornoemde uitsplitsing der leden niet ter zake dienende is, wordt in dit huishoudelijk reglement gesproken van "leden" "het lid" of "een lid" waarmee alle in dit artikel genoemde leden worden bedoeld.

Art.6. Rechten en verplichtingen.

Een lid der vereniging heeft het recht:

a. zijn stem uit te brengen tijdens de in artikel 12 en 13 der statuten ge¬noemde vergaderingen; (alleen A-leden)
b. inzage te verkrijgen van alle door het bestuur genomen besluiten;
c. gebruik te maken van alle door het bestuur aan te wijzen faciliteiten en eigendommen der vereniging met inachtneming van ter zake uitgevaardigde bepalingen en voorschriften;
d. gebruik te maken van alle collectieve voorzieningen die door de vereniging worden geboden met in achtneming van de ter zake uitgevaardigde bepalingen en voorschriften.

Art. 7. Een lid der vereniging is verplicht:

1. de statuten, reglementen en bestuursbesluiten strikt na te leven;
2. zich te onthouden van handelingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de belangen van het verkeersonderricht in het algemeen en voor de vereniging in het bijzonder;
3. zorg te dragen voor een goede bedrijfsvoering;
4. zijn financiële verplichtingen ten aanzien van de vereniging stipt na te komen, bij niet-naleving waarvan geen aanspraak kan worden gemaakt op de in artikel 6 van dit reglement genoemde rechten;
5. de lesprijzen per lesuur (60 minuten) van de verschillende categorieën A, BE en CE/DE aan zijn klanten te berekenen zoals deze worden vast gesteld door het bestuur der vereniging en bekend gemaakt op blad 2a van dit reglement.

Deze lesprijzen kunnen jaarlijks op voordracht van het bestuur worden aangepast aan de kostenontwikkeling van de diverse kostencomponenten der lesprijzen, voor zover de stijging der tarieven en de maxima ervan niet door de overheid middels een prijzenbeschikking dringend worden voorgeschreven;

6. examengelden te rekenen zoals deze worden vastgelegd door het bestuur der vereniging voor de categorieën A, BE en CE/DE bij de stichting C.S.R. en voor dezelfde categorieën bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en bekend gemaakt op blad 2a van dit reglement;

7. geen reclame te maken voor wat betreft gratis rijlessen, gratis theorie¬pakket of andere aanbiedingen;

8. zich te onthouden van het verstrekken van informatie aan niet leden of met hen een zakelijke relatie aan te gaan, een en ander in de ruimste zin van het woord;

9. bij overtreding van bovenstaande bepalingen verbeurt het lid ten behoeve van de kas der vereniging een onmiddellijk zonder rechtelijke tussenkomst en niet voor matiging vatbare boete ten bedrage van TWEEDUIZEND VIJF HONDERD GULDEN (f.2.500,-) voor iedere handeling in strijd met het hier voor bepaalde en voor iedere week, dat de overtreding voortduurt, zijnde het lid door het enkele feit van de overtreding reeds in gebreke, zodat ter zake geen afzonderlijke ingebrekestelling noodzakelijk is. Vorenstaande geldt niet indien ter zake vooraf schriftelijke toestemming aan het lid door het bestuur der vereniging is verleend;

A-leden en B-leden zijn bovendien verplicht:

1. de door de vereniging opgestelde en uit te geven lesvoorwaarden te hanteren en na te leven;

2. voor alle motorrijtuigen, die in het bedrijf voor rijonderricht worden gebruikt, tenminste een WA-verzekering met lesautoclausule te hebben afgesloten;

3. er zorg voor te dragen dat de in het bedrijf voor het rijonderricht te gebruiken motorrijtuigen voldoen aan alle daarvoor geldende wettelijke eisen en in behoorlijke staat van onderhoud verkeren;

4. er zorg voor te dragen dat de in het bedrijf voor het afleggen van rijexamens te gebruiken motorrijtuigen voldoen aan de eisen die de stichting C.B.R. te dien aanzien stelt.

Art. 8. Einde van het lidmaatschap.

De opzegging van het lidmaatschap, als vermeld in artikel 5 der statuten, geschiedt door schriftelijke melding aan het verenigingssecretariaat.

Art. 9. Ontzetting.

a. Het bepaalde in artikel 5 lid d der statuten is ondermeer van toepassing op het niet nakomen van de verplichtingen als genoemd in artikel 6 en 7 van dit reglement;

b. Een bestuursbesluit tot ontzetting kan eerst dan worden genomen nadat een gedegen onderzoek is ingesteld naar de wijze en mate van de tot die bes1issing leidende overtreding(en). Alvorens tot ontzetting wordt beslaten dient het betrokken lid te worden gehoord.

c. In geval van ontzetting verliest het deelnemingsbewijs (bewijs van lid¬maatschap) en eventuele personeelspassen, met inbegrip van alle daaruit voortvloeiende rechten, direct na uitspraak van de ontzetting door het bestuur zijn geldigheid en dient onverwijld te worden ingeleverd bij het secretariaat. Het vorenstaande is eveneens van toepassing op alle door of namens de vereniging uitgereikte legitimaties.

d. Indien binnen de in de statuten gestelde termijn beroep wordt aangetekend op de algemene vergadering, wordt de werking van het deelnemingsbewijs (bewijs van lidmaatschap) en alle daaruit voortvloeiende rechten opgeschort totdat over het tegen de ontzetting ingestelde beroep door de algemene vergadering is beslist.

e. Bij nietigverklaring van hat bestuursbesluit tot ontzetting door de algemene vergadering, kan het betrokken lid geen aanspraken doen gelden op vergoeding van schade, van welke aard ook, die door de herroepen ontzetting is geleden, tenzij grove nalatigheid kan worden aangetoond.

Art. 10. Bestuur.

a. Het bestuur van de vereniging zal zijn samengesteld conform het bepaalde in artikel 7 der statuten.

b. De secretaris van het bestuur, of een ander door de voorzitter aan te wijzen persoon, verzorgt de oproepingen tot de bestuursvergaderingen, een en ander zodanig, dat deze oproepingen de bestuursleden tijdig bereiken, welke tijdsruimte, overmacht voorbehouden, ten deze wordt gesteld op minimaal zeven dagen, de dag der oproeping en die der vergadering niet meegerekend.

c. Besluiten van het bestuur zijn, voor zover niet strijdig met dit huishoudelijk reglement, geldig bij meerderheid van stemmen. Er kan alleen mondeling worden gestemd; stemmen bij volmacht is niet toegestaan.

d. Bestuursleden hebben recht alle vergaderingen en bijeenkomsten, welke in verband van de vereniging worden gehouden, bij te wonen en daarin van advies te dienen.

Art. 11. Voorzitter.

a. De voorzitter is belast met het toezicht op en de leiding van het bestuur en is tevens verantwoording verschuldigd aan het bestuur.

b. Hij leidt de bestuurs- en algemene vergaderingen en stelt daarin de orde van de dag vast, behoudens het recht van genoemde vergaderingen om daarin wijziging te brengen. Hij heeft het recht de beraadslagingen te sluiten indien hij meent dat de vergadering voldoende is ingelicht, doch is verplicht deze weer te openen indien een derde van de aanwezige leden het verlangen daartoe kenbaar maakt.

c. Hij ondertekent uitgaande stukken, waarop zijn handtekening rechtens wordt vereist.

d. Hij regelt de taakverdeling tussen de bestuursleden.

Art. 12. Vice-voorzitter.

Bij ontstentenis of belet van de voorzitter zal de vice-voorzitter diens functie waarnemen. Hij treedt, zolang het waarnemen van deze functie duurt, in alle rechten en plichten van de voorzitter.

Art. 13. Secretaris.

a. De secretaris van het bestuur is ten alle tijden verantwoording verschuldigd aan het bestuur. Hij neemt kennis van ingekomen stukken, voert de correspondentie en draagt zorg van een goede notulering van bestuurs- en algemene vergaderingen.

b. Hij draagt zorg voor het nauwkeurig bijhouden van het ledenregister.

c. Hij verzorgt de verenigingsmededelingen en publicaties.

d. Hij brengt namens het bestuur jaarverslag uit op de algemene vergadering.

Art. 14. Penningmeester.

a. De penningmeester is verantwoordelijk voor het beheer der algemene geldmiddelen van de vereniging en is volledig rekening en verantwoording verschuldigd aan het bestuur.

b. Hij brengt op de algemene vergaderingen verslag uit van hetgeen met de verenigingsgelden is gedaan.

c. Hij stelt een begroting op voor het komende verenigingsjaar en legt deze aan de algemene vergadering ter goedkeuring voor.

d. Voor elke uitgave groter dan tweeduizendvijfhonderd gulden (f.2.500,-) dient hij toestemming van het bestuur te verkrijgen.

Art. 15. Commissies.

a. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 lid 3 der statuten geschiedt benoeming of aanstelling van commissies door het bestuur.

b. de taken en bevoegdheden van commissies zijn, voor zover niet geregeld in de statuten of het huishoudelijk reglement, in afzonderlijke, door het bestuur op te stellen en/of goed te keuren reglementen vastgesteld. Deze reglementen zijn na goedkeuring van het bestuur onmiddellijk en onverkort van kracht en kunnen slechts door de algemene vergadering buiten werking worden gesteld.

c. Een commissie regelt de zaken die tot haar competentie behoren onder supervisie en verantwoordelijkheid van het bestuur.

Art. 16.

a. Het bestuur is bevoegd een commissielid, dat door woorden en/of daden de geregelde gang van zaken in de commissie of in de vereniging bemoeilijkt, haar goede naam in gevaar brengt of op enigerlei wijze de belangen der vereniging benadeelt, uit zijn functie te ontslaan, hetgeen hem schriftelijk en aangetekend zal worden medegedeeld.

b. Indien een commissielid in de loop van een zittingsperiode van zijn func¬tie ontheven wenst te worden, geeft hij dit schriftelUk te kennen aan het bestuur. Voorzover aan de verplichtingen van dit commissielid ten opzich¬te van de betraffenda commissie, het bestuur of de vereniging is voldaan, zal het bestuur hem deze ontheffing verlenen, hetgeen hem schriftelijk en aangetekend zal worden medegedeeld.

c. Bij het ontstaan van vacatures in commissies is het bestuur bevoegd om tijdelijke voorzieningen te treffen totdat formeel in de vacature(s) kan worden voorzien.

Art. 17. Commissiebesluiten.

a. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen veertien dagen na een vergadering van een commissie worden de notulen en/of een besluitenlijst van deze vergadering aan het verenigingssecretariaat toegezonden.

b. Het bestuur is bevoegd de uitvoering van een besluit van een commissie, indien dit besluit in strijd is met de belangen van de vereniging, op te schorten binnen een week nadat het ter hare kennis is gekomen.

c. Het bestuur is verplicht een besluit van een commissie, waarvan het uitvoering heeft opgeschort, in een gecombineerde vergadering van bestuur en desbetreffende commissie in bespreking te brengen binnen een termijn van drie weken na mededeling van het schorsingsbesluit, bij gebreke waarvan de opschorting komt te vervallen.

d. Indien het overleg als bedoeld in het vorige lid, niet leid tot opheffing van de schorsing of intrekking van het besluit heeft het bestuur de bevoegdheid het besluit wegens strijd met de belangen van de vereniging te vernietigen of te wijzigen.

e. Het bestuur is verplicht een besluit van een commissie dat het heeft vernietigd, voor te leggen aan de algemene vergadering. Deze vergadering kan het besluit van het bestuur tot vernietiging bekrachtigen c.q. vernietigen, dan wel wijzigen of met of zonder advies terug verwijzen en wel met eenvoudige meerderheid van stemmen.

Art. 18. A1gemene vergadering.

a. Het bestuur bepaalt, met inachtneming van het bepaalde van artikel 12 der statuten, waar en wanneer de algemene vergaderingen zullen worden gehouden. Zo enigszins mogelijk wordt de datum van zulk een vergadering drie weken tevoren aangekondigd.

b. Voorstellen voor de agenda van een algemene vergadering dienen uiterlijk een week tevoren zijn ingediend, voorzien van een toelichting.

c. Kandidaten voor een functie in het bestuur zullen twee weken voor de algemene vergadering schriftelijk bij de secretaris dienen te zijn gemeld, onder overlegging van een schriftelijke varklaring van de kandidaat dat hij een eventuele benoeming zal aanvaarden. Indien hij deze verklaring voor de datum van de verkiezing intrekt, wordt gelegenheid gegeven in zijn plaats een of meer kandidaten te stellen.

Art. 19. Geschillencommissie.

Geschillen welke voortkomen uit de door de vereniging vast te stellen en uit te geven lesvoorwaarden worden door een door het bestuur aan te stellen geschillencommissie behandeld. Samenstelling, werkwijze en bevoegdheden van deze commissie worden bij afzonderlijk reglement geregeld.

Art. 20. Garantiefonds.

Om de door de vereniging opgestelde en door de leden te hanteren lesvoorwaarden te ondersteunen en het belang van de consument naar behoren te dienen, wordt op nader te bepalen een door de algemene vergadering goed te keuren wijze een garantiefonds gevormd.

Dit fonds zal worden aangewend om de verplichtingen ten aanzien van de leerling en voor zover niet in de wet omschreven, voortvloeiende uit de lesovereenkomst, na te komen, ook in gaval het lid de overeenkomst is aangegaan, door enige oorzaak niet of niet meer in staat is aan de uit deze overeenkomst voortkomende verplichtingen te voldoen en niet of niet tijdig vervangende en redelijk aanvaardbare lesmogelijkheden kunnen worden gevonden.

Art. 21. Slotbepaling.

In alle gevallen waarin dit huishoudelijk reglement niet voorziet of twijfel bestaat omtrent de uitleg, beslist het bestuur.

 
Statuten
Huishoudelijk reglement

Website ontworpen door Dijkman-Winters